Asperger in de evolutie van de mensheid

Vragen

 
Hoofdvraag:
Wat is het evolutionair nut van het syndroom van Asperger?
Of meer algemeen:
Wat is het evolutionair nut van regelmatig voorkomende menselijke “afwijkingen”?
 
A. Welke menselijke “afwijkingen” komen regelmatig voor?
A1. Wat is het specifieke evolutionair nut van een bepaalde “afwijking”?
A2. Kunnen mensen met deze bepaalde “afwijking” zelfstandig (over)leven?
 
Voor antwoorden kunnen we het spiegelen aan het dierenleven.
 
B. Komen bepaalde menselijke “afwijkingen” ook regelmatig voor in het dierenrijk?
B1. Wat is het specifieke evolutionair nut van een bepaalde “afwijking”?
B2. Kunnen dieren met deze “afwijkingen” zelfstandig (over)leven?
 
 

Normale mensen

 
Het is nogal lastig om te definiëren wat “normale mensen” zijn. Ieder mens is zo verschillend op allerlei eigenschappen en er zijn zo ontzettend veel eigenschappen, dat het ondoenlijk is een soort wiskundige formule te bedenken waarin je ieder mens kunt stoppen en waaruit je dan zou kunnen afleiden, of een mens “normaal” is of “afwijkend”.
Toch spreekt men van “neuro-types” en bedoelt daar “normale mensen” mee. Blijkbaar heeft men gevoelsmatig wel een idee over wat “normaal” is of “afwijkend”, ook al liggen de grenzen niet scherp vast. Individuele percepties dienaangaande zullen dan ook wel behoorlijk kunnen verschillen.
Afwijking heeft ook met relatieve aantallen te maken. Bij voorbeeld als ik in mijn eentje op bezoek ga bij een primitieve stam in Afrika, zal ik daar afwijkend zijn. Neem ik iemand van die stam mee naar Delft, dan zal die primitieve mens alhier afwijkend zijn.
Intuïtief vinden wij de groep met de grootste aantallen normaal. Dat wordt dan weer een probleem als je bij voorbeeld op bezoek gaat in een grote psychiatrische inrichting met veel patiënten. Als je daar rondloopt als niet-psychiatrisch patiënt, zou je jezelf “abnormaal” kunnen vinden, terwijl onder de psychiatrische patiënten zoveel verschillende ziekteverschijnselen optreden, dat het grote getallen-idee waarschijnlijk niet opgaat. Dat komt, omdat je al die verschillende ziekteverschijnselen gevoelsmatig op één hoop gooit. Ze zijn immers in één inrichting bij elkaar gebracht.
Verschillen hebben ook te maken met momenten en omstandigheden. Zo is het bij voorbeeld normaal voor veel mensen om zich op zondagmiddag enkele uurtjes als een gek te gedragen door te zingen, te schreeuwen, te springen, zich kwaad te maken, en ontevreden naar huis te gaan, zeker als ze aanhanger zijn van Feyenoord. Als je deze mensen los van de context zou beschouwen, zou je waarschijnlijk concluderen, dat er een draadje loszat. Het voetbal geeft hun blijkbaar het “recht” om tijdelijk “afwijkend” te zijn. Ook hallenvol “normale” mensen die zich bijzonder gedragen tijdens bijeenkomsten onder leiding van Frans Bauer zijn op die momenten lastig te definiëren als “normaal”. Toch is het zo. Hoewel, als je deze mensen vergelijkt met de tonelen die zich vroeger afspeelden bij optredens van de Beatles, waar na afloop van het concert bijna niets meer intact of onbewaterd was, dan lijkt er toch sprake van vooruitgang.
 

Dieren

 
Om het probleem normaal-afwijkend terug te brengen tot kleinere proporties, zouden we naar het dierenrijk kunnen kijken. Daar zijn de individuele verschillen binnen diersoorten aanzienlijk kleiner dan bij de mens. En hoe lager de diersoort qua weet-ik-veel, hoe minder verschillen. Bij voorbeeld: een vlieg is een vlieg, een slak is een slak, een muis is een muis, een kauw is een kauw, een kip is een kip, een wolf is een wolf, een varken is een varken, een aap is een aap. Toch kun je opmerken, dat bij een kauw de individuele verschillen stukken groter zijn dan bij een slak. En de verschillen bij apen zijn weer groter dan bij kauwen.
Als je uitspraken zou kunnen doen over bestaande afwijkingen binnen een diersoort, dan zou je dat kunnen opvatten als evolutionaire ontwikkelingen binnen die diersoort die waarschijnlijk “nut” hebben. Iets dergelijks zou dan ook van de mens kunnen worden gezegd.
 
 
Laten we kijken naar drie groepen van regelmatig optredende “afwijkingen”.
 

Homoseksualiteit

 
A. Niet ieder individu hoeft blijkbaar mee te helpen aan het verwekken van nakomelingen.
A1. Er zijn ook andere (groepsbindende?) taken.
A2. Homoseksuelen kunnen zonder hulp van “normale mensen” in principe probleemloos overleven.
B. Het is bewezen, dat homoseksualiteit veelvuldig onder veel diersoorten voorkomt.
B1. Nut?
B2. Homoseksuele dieren kunnen in principe (over)leven.
 

Autisme

 
A. Niet ieder individu hoeft blijkbaar in de sociale pas te lopen.
A1. Kunnen eyeopeners aanbieden. Kunnen bijzondere oplossingen aandragen.
A2. Autisten kunnen zonder hulp van “normale mensen” in principe overleven, mits hun intelligentie hoog genoeg is.
B. Onbekend of autisme voorkomt in het dierenrijk. Misschien wel.
B1. Nut? De andere kant oprennen als alle andere kuddedieren richting afgrond rennen.
B2. Kunnen dieren die sociale signalen van soortgenoten niet of minder goed kunnen duiden, toch (over)leven?
 

Down

 
A. Niet ieder individu hoeft blijkbaar te zorgen voor anderen.
A1. Het door “normale mensen” leren zorgen voor anderen?
A2. Kunnen zonder hulp van “normale mensen” niet zelfstandig overleven.
B. Waarschijnlijk komt iets syndroom-van-Down-achtigs niet voor in het dierenrijk, behalve bij enkele apensoorten.
B1. Nvt.
B2. Down dieren zullen niet overleven.
 
Samenvattend:
Homoseksuelen redden het. De maatschappij hoeft niet speciaal voor hen te zorgen.
Autisten redden het half. De maatschappij moet soms voor hen zorgen.
Downers redden het niet. De maatschappij moet altijd voor hen zorgen.
 
Wat is het evolutionair nut van deze drie groepen?
Heeft het met overleven bij crises te maken?

Zoeken

Forumberichten

Disclaimer

De maakster van deze website heeft geen enkele medische of wetenschappelijke kennis van het Syndroom van Asperger. Alle informatie op deze website die niet uit persoonlijke belevenissen voortkomt, is overgenomen van Wikipedia en andere niet-geverifieerde bronnen.

Aan de informatie op deze website kunnen geen rechten ontleend worden.